Hoe wordt champagne gemaakt en waar komen die fijne bubbels uit je Dikkefles vandaan? In deze blogpost leg ik het je uit!
Viticultuur
Geen goede champagne zonder goede viticultuur! Viticultuur (wijnbouw) is het beheren en telen van wijngaarden, van aanplant tot oogst. De eerste stap begint al in de winter, waar de wijnstokken zorgvuldig worden gesnoeid. Net zoals bij andere planten zorgt snoeien ervoor dat de plant optimaal presteert. Snoeien stimuleert dat er nieuwe groei plaatsvindt, dat er meer licht bij de plant komt, zorgt voor betere ventilatie, enzovoort. Voor het snoeien zijn verschillende technieken. Elke techniek zorgt ervoor dat de druiven net even anders groeien. Dit kan vervolgens invloed hebben op de zuurgraad, rijpheid en andere factoren. 
Langzaam maar zeker beginnen de eerste scheuten te verschijnen, vervolgt door bladeren en kleine bloemetjes. Deze bloemen worden vervolgens bevrucht en het fruit wat hieruit ontstaat is de druif. In het begin zijn deze druiven klein, hard en zuur. Gedurende de rijping zwellen ze op met water, daalt de zuurgraad en stijgt het suikergehalte.

De oogst
Meestal rond september/oktober is de oogst van de druiven. Champagneboeren mogen niet zomaar oogsten wanneer ze willen. De oogstperiode wordt bepaald door het Comité Champagne. Ook aan het oogsten zitten strikte regels. Er mogen bijvoorbeeld geen machines worden gebruikt voor het plukken. Dit betekent vaak dat de plukkers lange dagen maken wanneer er mag worden geoogst!
Persen
Na de oogst worden de druiven geperst. Ook bij het persen wordt verschil gemaakt in kwaliteit.
Het neusje van de zalm is de Cuvée. In een pers van 4000kg druiven is dit maximaal de eerste 2050 liter. Deze eerste liters bevatten de hoogste kwaliteit sap en wordt dus gebruikt om het beste uit de champagne te halen. Vervolgens is de tweede persing, genaamd Taille. Deze persing heeft andere karaktereigenschappen en wordt afhankelijk van de stijl/wensen wel of niet gebruikt. Deze wijn verschijnt vaker in goedkopere champagnes. Als laatste blijft de Rebêche over. Dit is het laatste beetje wat nog uit de druiven kan worden geperst. Dit is vaak een bitter goedje en wordt niet meer gebruikt voor Champagne. Doorgaans wordt dit gedistilleerd tot industriële of andere soorten alcohol.

Eerste fermentatie
Allereerst wordt een normale stille wijn gevinifieerd. Dit betekent dat gist wordt toegevoegd aan het druivensap om de suikers om te zetten naar alcohol en koolzuur. Bij de eerste fermentatie wordt dit koolzuur nog niet in de wijn opgeslagen voor bubbels, dit gebeurt pas later. Vaak gebeurt het vinifiëren van de stille wijnen in metalen vaten, maar soms ook in eikenhouten vaten.
Na de eerste fermentatie wordt een assemblage gemaakt. Dit is het mengen van de stille wijnen. Hiervoor kunnen verschillende wijnen worden gebruikt, van verschillende jaren en verschillende stukken land. Het mengen van de wijnen is erg belangrijk en kost vaak veel tijd. Dit is immers waar de champagnehuizen hun eigen stijl kunnen verwerken! Tevens is vaak het doel om de basischampagne elk jaar hetzelfde te laten smaken. Voor vintage champagne mag ook worden gemengd, maar alleen met wijnen van één oogstjaar. Het blenden zit hem hier dus uit het uitzoeken van de beste wijnen van verschillende stukken land en/of verschillende soorten druiven.

Tweede fermentatie
Hier gebeurt de magie van de champagne. Tijdens de tweede fermentatie ontstaan de magische bubbels. De blend van stille wijnen wordt gebotteld. Hieraan wordt een Liqueur de tirage toegevoegd, een mengsel van suikers en gist. Vervolgens wordt de fles afgesloten met een soort bierdop. In de fles wordt nu opnieuw de suiker omgezet naar alcohol en koolzuur, maar nu kan dit koolzuur niet ontsnappen. Het koolzuur wordt opgenomen in de wijn en zo ontstaan die magische bubbels.
De champagne blijft maanden tot jaren in de kelder liggen. Hoe langer, hoe beter. Met een lange rijping kan koolzuur beter integreren in de wijn (fijnere bubbeltjes) en wordt de smaak van de afgebroken gistcellen geïntegreerd in de wijn.

Dégorgement
Tijdens het rijpen liggen de flessen in de eerste instantie vlak. Gedurende het rijpen wordt de fles ondersteboven gedraaid. Zo zakken alle dode gistcellen naar de hals van de fles. De laatste stappen gebeuren in een oogwenk:
- De dode gistcellen worden bevroren tot een vaste klont.
- De kroondop wordt verwijderd.
- De dode gistcellen schieten door de druk uit de fles.
- De dosage wordt toegevoegd (mengsel van suiker en wijn).
- De kurk wordt op de fles bevestigd.
Verkoop
Goede champagnes worden nog een tijdje bewaard om te rusten in de kelders van de producent. Vervolgens worden de flessen klaargemaakt voor de verkoop. Daarmee is het productieproces afgerond.